Marleen Ouwerkerk

Creativity is the mind having fun

Afscheid

Simone maakt voorzichtig de deur open. Krakend, maar met een vloeiende beweging draait de deur langzaam open.  Ze staart naar het grote bed. Daar lag ze toen ze haar had gevonden. Het kussen perfect opgeschud. De spierwitte lakens op het bed waren strak opgemaakt. Ze had haar lievelingsjurk aan en haar haar perfect opgestoken. Haar make-up net zo mooi als altijd. De rode pumps die ze aan haar voeten had, gaven een roze schijn af op het witte laken. Op het nachtkastje naast het bed stond een bos rode tulpen. Er stond een kaartje bij met een afbeelding van een prachtige ondergaande zon.

Wees niet boos op me alsjeblieft. Ik wil jullie geen pijn doen, ik wilde het jullie besparen. Ik zag geen andere uitweg. Ik hoop dat jullie me herinneren als de vrouw en moeder die ik ooit was en niet als de vrouw die hier nu ligt. Ik wens jullie een zorgeloos leven met veel liefde en geluk. Zorg goed voor elkaar en voor papa. Dikke kus, mama.

Naast het kaartje had Simone een grote witte envelop ontdekt. Ze had door de papieren gebladerd en ze geschrokken uit haar hand laten glijden. De witte blaadjes met zwart gedrukte letters dwarrelde naar beneden en kwamen geruisloos op de grond terecht. Net zo geruisloos als dat haar moeder deze wereld verlaten had. Simone had zich op haar knieën naast het bed laten vallen en huilde in stilte, haar hand op die van haar moeder. Op het moment zelf was ze boos en verdrietig tegelijk. Was dit wel waar? Waarom had ze niets gezegd? Dan hadden ze nog afscheid kunnen nemen. Nu was ze zomaar vertrokken. De woorden die Simone had gelezen op de papieren uit de envelop schoten door haar hoofd. Levensverwachting: twee á vijf weken…vergevorderd…terminale fase… ongeneeslijk…tijd…medicijnen…pijn…overlijden…familie achterlaten…
Nadat ze een tijdje bij haar moeder naast het bed had zitten huilen had ze haar vader gebeld. Hij was compleet ingestort. Ook haar broer had het erg zwaar mee.

Simone had zich tot nu toe heel sterk gehouden, maar vandaag was de laatste dag dat ze haar moeder fysiek zou kunnen zien en voelen. Er rolde een dikke traan over haar wang. Met een grote zucht sloot ze de slaapkamerdeur van haar moeder en draaide ze zich om. Ze liep de trap af, op weg naar de auto. Op weg naar de laatste momenten met haar moeder. Op weg naar een afscheid dat nog lang niet had mogen komen…

Geef een antwoord