Marleen Ouwerkerk

Creativity is the mind having fun

#2 Trouwdag

Dingdong! De bel gaat. Ik zet Pim in de box, maar als hij alleen nog maar met zijn kleine lijfje boven het ding hangt, zet hij het al op een krijsen.
‘Nee, je gaat er nu in. Mama heeft wel geleerd dat ik jou geen seconden uit het oog mag verliezen. Ik ga even de deur open maken, ben zo terug,’ zeg ik op rustige toon, maar ik denk niet dat hij ook maar een woord gehoord heeft van wat ik zojuist tegen hem zei, aangezien zijn volume aardig aan de hoge kant is op dit moment.

‘Goedemorgen. U bent mevrouw Versparre?’ Een grote, brede, blonde man staat voor de deur. Hij heeft gespierde armen, een nek waar je u tegen zegt en zijn torso is denk ik twee keer zo breed als die van mij. Hij doet me een beetje denken aan die slechterik uit die film van laatst, alleen had die acteur echt een rotkop. Ja, sorry hoor. Sommige mensen zijn nu eenmaal… eh, tja, zien er niet echt superknap uit. Eigenlijk zijn ze gewoon lelijk… Niet dat dat iets over die mensen zegt. Ik bedoel, je moet mensen niet op hun uiterlijk beoordelen natuurlijk, maar sommige mensen hebben nou eenmaal een bepaalde uitstraling en dan krijg ik er gewoon een bepaald beeld bij. En die acteur was gewoon lelijk. Punt. Deze beer van een man heeft echter een vriendelijk gezicht.
‘Ja, dat ben ik.’ Ik kijk een halve meter om hoog naar zijn blauwe ogen en glimlach vriendelijk. Hij lijkt wel een reus, vergeleken bij mij!
‘Klopt het dat u spullen heeft die met de verhuiswagen mee moeten?’
‘Dat klopt helemaal.’
‘Prima, dan ben ik aan het juiste adres. Ik stond straks al op de Steenstraat, maar ik moest op de Steenweg zijn,’ bekend de man.
‘Ja, u bent niet de enige, dat gebeurd wel vaker.’ Ik lach naar hem en wuif met mijn hand om te zeggen dat het niet erg is.
‘Goed, kunt u me even laten zien wat er allemaal mee moet?’ vraagt hij en terwijl hij het zegt, draait hij zich om en gebaard iets naar zijn collega die nog in de vrachtwagen zit.
‘Jazeker, loop maar even mee.’ Terwijl ik naar binnen loop, bedenk ik me dat ik zo ontzettend blij ben dat ik die zooi van daarnet allemaal opgeruimd heb, want stel je voor dat deze man dat zag. Wat zou hij wel niet gedacht hebben.
‘Goh, wat ziet het er hier netjes opgeruimd uit!’ merkt hij op. Ik loop een beetje rood aan.
‘Eh… dank je.’
‘Op de meeste plaatsten waar ik kom is het een grote bende als mensen gaan verhuizen.’
‘O nee, nee, ik eh, ik ben meestal wel heel gestructureerd,’ lieg ik.
‘Ja, dat zie ik. O en wie hebben we daar?’ zegt hij terwijl hij naar de box loopt, waar Pim een beetje zit te mopperen. Gelukkig is hij opgehouden met schreeuwen.
‘Dat is Pim, onze zoon.’
‘Wat een knappe kerel.’
‘Ja, dat heeft hij van zijn vader,’ flap ik eruit.
‘Nou…’ De man wrijft over zijn kin en kijkt me dan strak aan. ‘Ik zou eerder zeggen dat hij het van zijn moeder heeft.’ Hij knipoogt naar me en ik voel dat ik alweer rood aanloop en draai me met mijn rug naar hem toe.
‘Oké,’ zeg ik, totaal gefocust op de dozen die op tafel staan. ‘Dit hier kan allemaal mee, dan de bank, de stoelen en de tafel en de meubeltjes van de kleine kerel hier. Oja, en het grote bed.’
‘Prima, komt in orde. We beginnen met het bed, als u dat goed vindt?’  De man kijkt me aan.
‘Eh, ja dat is prima! Ik wijs u even de weg.’ Terwijl ik dat zeg, komt de tweede man binnen. Plotseling bedenk ik me dat ik Pim niet alleen in de box achter wil laten, terwijl er twee vreemde mannen in mijn huis rondlopen, dus ik vis hem snel uit de box.
‘Kom maar eens kijken wat deze sterke mannen gaan doen,’ zeg ik tegen hem. Ik loop voor de mannen uit naar de slaapkamer.
‘Dat is een makkie,’ zegt de man die er net bij is gekomen. Ik bekijk hem uitvoerig, maar niet al te opvallend natuurlijk. Ik vraag me af hoe zo’n iel manneke zo’n zwaar bed kan optillen. Zijn collega heeft duidelijk spierballen genoeg, maar deze verhuizer is dun, heeft in erg bleke, witte huid en kort, stekelig, zwart haar. Zijn armen zien eruit als rietjes, vergeleken bij zijn collega. Ik sta samen met Pim te kijken, die naar de mannen wijst.
‘Ja, ze gaan het bed optillen. Die mannen zijn sterk hè. Als jij nou goed eet, wordt je later ook zo sterk.’ Beide mannen lachen als ze me horen praten. Ik kijk hoe ze eerst het matras van het bed halen en aan de kant zetten. Vervolgens tillen ze het onderstel op, alsof het niets weegt. Misschien weegt zo’n box spring ook wel niets… Ik heb geen idee. Ze zetten een paar passen opzij en de kleine man loopt achteruit richting de deur als hij plotseling begint te lachen. De grote man volgt zijn blik en schiet ook in de lach. Eh, mis ik iets? Is mijn bed zo lachwekkend? Nieuwsgierig kijk ik de mannen een voor een aan.
‘Ach mevrouw, u hoeft zich nergens voor te schamen. U moest eens weten wat we allemaal tegenkomen!’ Verward kijk ik naar de brede man. Wat bedoelt hij in hemelsnaam?
‘Inderdaad mevrouw, niets om u voor te schamen!’ De kleine man knipoogt naar me. Waar hebben ze het toch over? De mannen passeren Pim en mij en dragen het eerste deel van het bed de deur door en lopen richting de voordeur. Dan zie ik waarom ze zo moesten lachen. O nee! Oh, wat erg! Ik schaam me dood! Snel loop ik naar het mintgroene ding en pak het van de grond. Pim graait ernaar met zijn handjes!
‘Nee! Dat is geen speelgoed! Nou ja, niet voor kinderen in elk geval!’ zeg ik en ik houd het buiten zijn bereik. Damn, ik was dat ding vergeten! Ik wist helemaal niet meer dat ik hem had!

Hilde had me ‘iets speciaals’ gekocht, zoals ze zo mooi zei, voor de tijd dat Pepe in Spanje zat. Ik had geen idee wat ze bedoelde, maar toen ik het pakketje uitpakte en een mintgroene vibrator in mijn hand had, was mijn mond opengevallen van verbazing.
‘Wat?’ had ik verwonderd gevraagd en het ding onder haar neus gestoken. ‘Wat moet ik hiermee?’
‘Eh, ik denk dat je wel weet wat je ermee moet doen, toch?’ Ik had Hilde en mep tegen haar schouder gegeven en met mijn hoofd geschud.
‘Ik dacht, als Pepe zo lang weg is dan wil je misschien evengoed soms wat eh…ontspannen… en zo… Het is niets om je voor te schamen! Ik heb er zelf ook een!’ Ik had Hilde met grote ogen aangekeken.
‘Heb jij er ook een?’ vroeg ik met grote ogen. Hilde knikte.
‘Ja. Is toch niets om je voor te schamen? Ik geniet er juist van.’
‘Maar… maar je hebt Sean toch?’ Ik kijk haar niet-begrijpend aan.
‘Ja en? Ik had dat ding trouwens al lang voordat ik Sean kende, hoor.’ Had Hilde opgebiecht.
‘Serieus?’
‘Ja, serieus. Waarom niet?’
‘Eh, ja weet ik veel… Daar heb ik nooit over nagedacht.’
‘Nou, dan kun je er nu een proberen.’ Hilde had met een grote lach om haar mond mijn verbaasde reactie in zich opgenomen.
‘Tja, oké… eh… bedankt… denk ik…’
‘Graag gedaan. Daar zijn we toch beste vriendinnen voor?’ Ik had geknikt. Ja, inderdaad. We zijn beste vriendinnen, maar ik vind het toch een beetje vreemd om van je beste vriendin een vibrator te krijgen, of ligt dat nu aan mij?

Waar ga ik dat ding nu laten? Pepe weet niet dat ik hem heb en dat wil ik eigenlijk zo houden. Om de een of andere rede schaam ik me ervoor, ondanks dat ik weet dat het apparaatje dingen kan doen die mensen handen – of andere lichaamsdelen – niet voor elkaar krijgen. Ik kijk de kamer rond, maar de kasten zijn leeg. Alles is in dozen gepakt. Al zou ik hem in en doos stoppen, dan zou de kans bestaan dat Pepe net precies die doos zou uitpakken en het ding tegen zou komen. Nee, dat kan ik niet riskeren. Waar moet ik dat gekke ding dan toch laten? Ik denk diep na. Plots weet ik het! Ik stop het gewoon in een doos waar mijn kleren in zitten, dan vindt hij het niet. Ik wil tenslotte mijn eigen kleding uitpakken en in de kast hangen, daar zal hij zich niet aan wagen. Ja, dat doe ik! Helemaal happy met mijn plan loop ik richting de woonkamer, maar kom op de gang de twee verhuizers tegen. Ze kijken naar mijn mingroene vibrator en knipogen allebei.
‘Je was hem zeker verloren? Doet hij het nog?’ vraagt een van de heren en ik loop weer rood aan. Mannen ook altijd! Ik haast me naar de woonkamer, waar ik Pim op de grond zet en ik zoek naar de doos met mijn kleding. Ah, gevonden! Ik maak de doos open, en stop het ding ergens halverwege tussen mijn truien en shirts. Zo, dat hebben we mooi opgelost. Maar goed dat Pim nog geen vragen stelt. ‘Mama, wat is dat?’ O, stel je voor. Wat had ik dan moeten zeggen? Of dat hij tegen papa iets zou vertellen. ‘Mama heeft een mooi groen speeltje, dat lijkt net een beetje op een zuurstok, maar hij kan ook bibberen, papa. Wil je hem eens zien?’ Oh bij het idee alleen al voel ik me al slecht. Godzijdank dat Pim nog zo klein is!

Een half uur later, wordt de laatste doos met verhuisspullen in de vrachtwagen geladen.
‘Zo mevrouwtje. Alles zit erin. U rijdt nu ook naar het nieuwe huis, begrijp ik?’
‘Ja, ik vertrek zo, maar mijn zus is al aanwezig, dus jullie kunnen al gaan, hoor. Ze weet dat jullie komen.’
‘Prima, komt in orde. Dan zien we u zo.’
‘Ja, alvast bedankt!’ Ik maak de deur achter ze dicht en zucht. Poeh, wat was dat gênant daarstraks. Gelukkig zijn ze er wel over opgehouden, nadat ik het ding in mijn kledingdoos had opgeborgen. Ik kijk rond en zie Pim in de box zitten te spelen met een rammelaar. Ik sla mijn hand voor mijn hoofd. O nee! Wat dom! Ik ben vergeten te zeggen dat ze de box ook mee moesten nemen! Hoe kan ik dat nu vergeten? Ach, hoe moeilijk kan zo’n box nu in elkaar zitten? Ik kan hem zelf vast ook uit elkaar halen. Even denken…
Ik loop naar de auto en haal het kinderstoeltje eruit, dat ik tegenwoordig standaard in de auto laat zitten. Pim is veel te zwaar aan het worden om telkens met stoeltje en al uit de auto te halen, dus de Maxi-Cosi staat er standaard in. Toch heb ik hem nu even nodig, want ik moet Pim natuurlijk ergens laten, terwijl ik de box uit elkaar haal. Ik pak Pim uit de box en snoer hem vast in het stoeltje. Heel blij is hij niet, maar als ik hem zijn lievelingsspeeltje geef, is hij stil. Gelukkig. Oké, schroevendraaiers. Shit. Die zijn ingepakt en op weg naar het nieuwe huis. Oh, nee toch. Nou, dan vraag ik de buurvrouw wel even. Ik ren zo snel mogelijk naar de buren en krijg een hele set mee. Ik bedank de buurvrouw en ren weer naar binnen, want Pim is alleen. Nu doe ik het weer. Laat ik hem weer onbeheerd achter. Hij kan dan wel nergens heen, maar toch. Ik voel me een slechte moeder op momenten zoals dit, maar het is alleen… het duurt allemaal drie keer zo lang als ik eerst Pim weer uit de stoel moet halen, de jas aan moet doen, want het is veel te koud voor hem en dan weer terug en dan weer het stoeltje in. Nu ben ik binnen twee minuten weer thuis. Toch blijf ik een beetje een schuldig gevoel houden. Zouden meer moeders zoiets doen?

Voordat ik het weet heb ik de box uit elkaar en ik voel me trots. Zie je wel, ik kan dit prima alleen! Ik sleep de onderdelen naar de gang en zet alles klaar. Goed, eerst zet ik Pim in de auto, dan breng ik de schroevendraaiers terug, want dan heb ik zicht op Pim en daarna laad ik de box in de auto. Ja, dat is een goed georganiseerd plan, Tanja! Ik zou mezelf een schouderklopje moeten geven.
Goed, Pim in de auto: check! Schroevendraaiers teruggebracht: check! Box in de auto: negatief. Ik zucht en haal de zijkanten van de box er weer uit. Misschien dan toch eerst de onderkant erin en daarbovenop de rest? Ik besluit het te proberen en begin voor de derde keer aan een poging de box in mijn auto te krijgen, maar het past gewoon niet. Hoe ik het ook wend of keer, het past niet. Mijn auto is te klein. De box te groot. Een van de twee, welke weet ik niet en dat kan me ook helemaal niet schelen. Ik wil gewoon dat die stomme box in mijn auto past zodat ik nu eens eindelijk kan vertrekken! Grrr! Mijn telefoon gaat. Het is Sanne.
‘Hey! Waar blijf je nou? De verhuizers zijn al bijna klaar met alles uitladen.’ Sanne klinkt lichtelijk geïrriteerd.
‘Ja sorry! Ik was helemaal vergeten de box mee te laten nemen en nu heb ik hem dus zelf uit elkaar gehaald, wat ik overigens prima kan, en nu ben ik bezig om hem in de auto te laden, maar dat gedeelte brengt dus nog een beetje problemen met zich mee.’
‘Tanja… Probeer jij nu serieus een box in die Panda van jou te proppen! Zelfs een blinde kan zien dat dat niet past!’
‘Eh, dat weet jij niet! Je bent niet hier en het past…bijna… ongeveer.’
‘Tanja…’
‘Ja wat nu?! Ik kan toch moeilijk die verhuiswagen terug laten komen voor een box. Weet je wel wat dat kost, zo’n verhuiswagen?’
‘Nee, maar dat maakt ook helemaal niet uit!’ Ik merk dat Sanne zich alleen maar meer en meer irriteert.
‘Luister Sanne. Maak je nu niet druk. Bedank de heren zo meteen maar. Je hoeft toch niets te betalen of zo, dus wat dat betreft maakt het niet uit. Ik ben er over maximaal een half uur, dat beloof ik!’ Ik probeer rustig te klinken om mijn zus een beetje te kalmeren.
‘Een half uur! Geen minuut later!’ beveelt ze me.
‘Yes ma’am!’ Ik salueer bij het uitspreken van de woorden en bedenk me dat dat er waarschijnlijk een beetje vreemd uit ziet, zo hier midden op straat, maar ach, ik ga toch uit deze buurt weg. Ik hang op en wrijf nog eens over mijn voorhoofd. Oké, als het er niet in past, dan moet het er maar op! Ik zie wel eens vaker auto’s rijden met spullen op het dak. Maar hoe ga ik dat voor elkaar krijgen en hoe blijft dat zitten? Alles wat ik maar zou kunnen gebruiken is al in het nieuwe huis. Ik heb geen touw of zo.
‘Zeg kind, heb je misschien hulp nodig?’ hoor ik plotseling achter me. Het is de buurman van de buren van de overburen. Ik had hem helemaal niet gehoord en draai me geschrokken om.
‘Oh, hallo Jan,’ zeg ik verbaasd.
‘Ik hoop dat je het niet erg vindt,’ begint hij en hij loopt naar mijn auto toe. ‘Maar ik heb je net een tijdje staan bekijken. Gewoon om te zien hoe je deze onmogelijke klus in hemelsnaam voor elkaar ging krijgen, maar dat gaat je niet lukken ben ik bang.’ Hij heeft me staan bekijken? Moet ik daar gekke dingen van denken? Of was het puur nieuwsgierigheid?
‘Eh, ja nou eh… nee, ik denk inderdaad dat het niet gaat passen,’ zeg ik en ik sla mijn ogen neer.
‘Wat zeg je ervan als ik die box nu in de bus laad en jij me vertelt waar hij heen moet?’ Jan kijkt me met twee vragende ogen aan. Zijn grijze haren golven een beetje als er een windvlaag door de straat waait.
‘Eh, dat zou wel kunnen ja.’
‘Mooi. Ik ga de bus even halen.’ Jan loopt weg en ik bedenk me dat het best wel aardig is van Jan. Ik ken hem niet zo heel goed, maar hij zal geen kwaad in zin hebben. Toch? Nee. Hij is gewoon behulpzaam. Jan heeft een eigen klusbedrijf en woont al twintig jaar met zijn vrouw hier in deze straat. Ik heb wel eens met hem gepraat, maar nooit echt diepgaande gesprekken of zo. Toch is het aardig dat hij me deze hulp aanbiedt.
‘Zo, kijk eens, dat past toch stukken beter dan in die oude Panda van jou! Ik sta er eerlijkgezegd van te kijken dat dat ding nog rijdt!’ Hij knikt naar mijn auto.
‘Ja, ik ook. In eerste instantie wilde ik hem niet meer laten maken, toen hij een hele tijd geleden in de kreukels lag, maar het beestje rijdt gewoon nog prima en ik ben denk ik gewoon aan hem gehecht geraakt. We hebben samen al veel meegemaakt. Het is mijn eerste auto.’
‘Ah, zo. Ik begrijp het. Nou, als je me vertelt waar ik heen moet…’
‘Ik rij wel voorop, dan kun je achter me aanrijden. We moeten naar de Hubertusstraat.’
‘Ah, die ken ik wel. Mooie huizen daar. Ga je daar wonen?’
‘Ja, Pepe heeft een huis gekocht, want het was toch wel een beetje klein, zo met z’n drietjes hier.’
‘Daar heeft hij groot gelijk in! Nou, ik zie je zo!’ Jan stapt in en ik rij samen met Pim voor hem uit.

‘Eindelijk!’ Sanne gooit haar armen in de lucht en komt met grote passen op me af terwijl ik uit de auto stap. ‘Dat werd eens tijd, zus!’
‘Ja, ja. Hou nu maar op! Ik wil jou zo’n situatie wel eens zien oplossen!’ bijt ik haar toe.
‘Zo dames, vertel eens, waar kan ik hem neerzetten?’ Jan komt met het eerste deel van de box aan en kijkt vragend naar me. Sanne kijkt verbaasd van Jan, naar de box, naar mij.
‘Eh, zet hem maar in de hal, de rest lukt ons wel, dank je,’ zeg ik tegen Jan en ik richt me tot Sanne. ‘Zie je, ik zei je toch dat ik het wel geregeld zou krijgen!’ Met een zelfvoldane glimlach richt ik me tot Pim.
‘Zo makker, jij gaat even naar tante Sanne,’ zeg ik terwijl ik hem uit zijn autostoeltje til en hem bij Sanne in d’r armen duw. ‘Dan gaat mama even de box opzetten, zodat we jou veilig in de kamer kunnen laten, zonder dat je er weer een zooitje van gaat maken.’
‘Hoezo alweer?’ vraagt Sanne, terwijl ze gekke bekken trekt naar Pim, die daar hard om moet lachen.
‘Oh, gewoon, bij wijze van spreken,’ zeg ik luchtig. Ik loop naar Jan zijn bus en pak het laatste onderdeel van de box eruit.
‘Lukt het zo verder?’ vraagt Jan.
‘Jazeker. Ik weet niet hoe ik je kan bedanken,’ zeg ik hem.
‘Dat zit wel goed, meid. Veel geluk in jullie nieuwe huis.’
‘Bedankt!’ Ik glimlach nog even naar hem en als hij de bus instapt zwaai ik even. En weg is Jan. Goh, wat aardig van hem. Ik heb nooit geweten dat ik zo’n aardige buurtgenoten had…

Volgende ->

Geef een antwoord