Marleen Ouwerkerk

Creativity is the mind having fun

#3 Trouwdag

‘Zo, dat is klaar! Komt u maar!’ Ik spreid mijn armen open zodat Pim naar me toe kan kruipen, maar hij vertikt het. Hij weet dat als ik hem eenmaal te pakken heb, hij weer in die verdomde box moet zitten natuurlijk. Ja, hij is best wel slim voor iemand met zo’n klein koppie. Die kinderen hebben altijd alles door!
‘Kom hier jij!’ zegt ik met een gek stemmetje en Pim lacht hardop en kruipt weg, alsof hij achterna gezeten wordt door een monster. Misschien ziet hij me af en toe ook wel als een monster? Ik bedoel, ik ben natuurlijk zijn mama en ik zorg voor hem, speel met hem, praat met hem, maar ik moet soms ook boos worden en misschien ziet hij me dan wel als een monster. Je weet tenslotte nooit wat er precies in dat koppie van hem omgaat.
‘Ik ga je pakken!’ zeg ik en ik kruip achter Pim aan. Een ding snap ik echt niet. Hoe kunnen kinderen zo snel kruipen, zonder dat ze pijn krijgen aan hun knieën? Als ik twee meter op de grond gekropen heb, heb ik toch echt wel last van mijn knieën hoor. En Pim gaat zo snel! Ik geeft het uiteindelijk op en Sanne pakt Pim bij haar.
‘Kom hier kleine man. Die mama van jou is niet snel genoeg en nu heb ik je te pakken! Ik ga je knuffelen!’ Sanne drukt haar neus tegen Pim’s buik en maakt gekke geluidjes. Pim lacht en kirt van plezier. Die twee zijn zo leuk samen. Gelukkig is het irritatieniveau van Sanne een beetje gezakt. Ze kan er heel slecht tegen als mensen te laat komen. Heel slecht. Wat dat betreft is ze zeer strikt. Vier uur is vier uur een geen halve minuut later. Ik heb dat op zich ook wel, maar soms zijn er nou eenmaal situaties waarbij het echt niet lukt om dat criterium te halen. Net zoals vandaag dus.
Sanne zet Pim in de box en speelt nog even met hem. Ik kijk de kamer rond. Er staat een bank, een tafel en stoelen, maar meer ook niet. Ja, tweehonderd verhuisdozen. Nou goed, geen tweehonderd, maar wel vrij veel. Ik had toch iets meer spullen dan ik dacht. En dan is dit alleen nog maar van mij! Ik bedoel, als Pepe zijn spullen ook nog allemaal mee zou moeten nemen… Gelukkig laat Pepe alles in Spanje. Nou ja, bijna alles dan. Zijn kleding en zo neemt hij mee, maar meubels en decoratiespullen en alles blijven allemaal daar, zodat hij de villa gewoon ingericht heeft voor als we naar Spanje gaan. Hij wilde de villa per se aanhouden, zei hij. Zodat we ook af en toe naar Spanje kunnen en we er in elk geval een mooie verblijfplaats hebben. Voor mij hoeft dat niet per se. Niet dat ik het geen mooi huis vind of zo, maar het kost bakken vol geld! Maar goed, Pepe heeft me verzekerd dat ik me daar niet druk om hoef te maken, hij betaald dat allemaal zelf. Natuurlijk, want ik heb geen geld.

Plots bekuipt me een naar gevoel. Bah, ik moet binnenkort gaan solliciteren. Daar heb ik echt geen zin in. Ik ben nu al veertien maanden thuis en eigenlijk bevalt het me wel. Al moet ik wel eerlijk bekennen dat ik het contact met collega’s mis. Sommige dan. Gertie kan ik bijvoorbeeld missen als kiespijn, die zelfzuchtige trut. Bah, nee, haar heb ik nog geen seconde gemist. Maar Chantal en Merel heb ik best wel gemist, als ik eerlijk ben. In het begin hadden we nog wel contact. Later iets minder, maar toen ben ik nog wel een keer met ze gaan uiteten en daarna hebben we een filmpje gepakt, maar het was toch vreemd. Ze hadden het de hele tijd over dingen van het werk, waar ik niet meer over mee kon praten en toen voelde ik me wel een beetje eenzaam. In overleg met Pepe heb ik besloten dat zodra hij hier is, we het huis ingericht hebben en een beetje alle zaken op orde hebben, ik werk ga zoeken.
‘Wel vriendelijk van die buurman van je,’ zegt Sanne.
‘Ja, ik kende hem wel een beetje, maar heb nooit echt veel met hem gepraat. Hij bood me zomaar aan om alles even te brengen.’
‘Aardig van hem.’
‘Ja, ik hoop dat we hier een beetje meer contact met de buren kunnen opbouwen,’ zeg ik.
‘Welke buren bedoel je?’
‘Eh, die van een eindje verderop in de straat.’ Ik kijk Sanne aan alsof ze een domme vraag stelt.
‘Heb je dat net niet gezien dan?’ Sanne kijkt me vragend aan. Wat heb ik moeten zien? ‘Er staat een bord met te koop in de tuin bij de buren. Ze hebben het er vanmorgen neergezet. Ik parkeerde de auto en toen kwam er iemand een bord in de tuin plaatsen.’
‘O, oké. Nou, dan zijn we tenminste niet de nieuwste in de straat,’ zeg ik en ik lach.
‘Ja inderdaad.’
‘Maar we hebben ook nog buren aan de andere kant.’
‘Tja, het is maar wat je buren noemt…’ zegt Sanne en ze rolt met haar ogen. ‘Ze wonen zowat aan de andere kant van dit gehucht.’
‘Het is geen gehucht! Het hoort gewoon bij de rest van de stad!’
‘Wat jij wil, Tan. Ik zou hier niet kunnen wonen. Veel te stil. En alles is zo ver van je vandaan. Eerst woonde je veel centraler, pakte je gemakkelijk even de fiets om een boodschap te halen. Nu is alles een heel eind rijden.’
‘Nou, een heel eind. Het zijn maar zeven minuten met de auto.’
‘Ja, maar je moet wel de auto pakken. Fietsen kan wel, maar jij bent nou ook weer niet zo’n heel erg sportief iemand, Tan, dus dat zie ik niet echt gebeuren.’ Daar heeft ze wel gelijk in, moet ik bekennen. Ik haat het als mijn zus gelijk heeft! Vooral als het over dingen gaat, die met mij te maken hebben. Ze kent me veel te goed.
‘Nou, ik vind het heerlijk om lekker in de natuur te wonen. Een beetje rust. Lekker een grote tuin en een huis dat ruim genoeg is voor drie personen.’ Sanne begint te lachen.
‘Voor drie personen? Hier kunnen wel zes personen wonen!’ zegt ze en ze strekt haar armen naar beide kanten uit. ‘Dit is echt niet normaal groot! Waarom eigenlijk?’
‘Nou misschien krijgen we wel vier kinderen! Of zes, of zeven…’ geef ik als weerwoord. ‘Kun je niet gewoon blij voor me zijn?’ vraag ik een beetje geïrriteerd.
‘Ik ben blij voor je!’
‘Nou ik merk er de laatste tijd niet zoveel van.’ Het is even stil.
‘Sorry… Echt waar, sorry Tanja. Het spijt me. Ik… Het is alleen…’
‘Wat is er?’ vraag ik en ik kijk naar Sanne haar serieuze blik.
‘Het gaat wel allemaal erg snel, vind je niet?’ zegt ze voorzichtig. Ik ga op een stoel zitten, die midden in de kamer staat.
‘Hoe bedoel je, snel?’ Sanne neemt plaats op een andere stoel.
‘Begrijp me niet verkeerd, ik wens je echt alle geluk van de wereld en ik vind Pepe een hele aardige kerel.’
‘Ik voel een maar aankomen…’ zeg ik langzaam.
‘Nou, ik weet het niet. Ik vind het gewoon allemaal erg snel gaan met Pepe en jou. Eerst twee weken die schrijfvakantie, die er uiteindelijk drie worden. Oké, dat snap ik. Vervolgens trouwt hij zogenaamd met je. Daarna blijk je zwanger te zijn van hem, terwijl je hem nog maar drie weken kent…’
‘Dat was niet onze schuld!’ verweer ik.
‘Nee, dat weet ik, maar het is niet niks en je kent hem amper.’
‘Ik ken Pepe goed genoeg hoor!’
‘Goed, je kent hem goed genoeg… Vervolgens laat hij je zo ongeveer de hele zwangerschap alleen achter…’
‘Hij kon niet anders! Hij heeft een drukke baan en hij heeft tienduizenden fans!’ Ik schiet weer in de verdediging.
‘Hij wil met je trouwen, maar nu dan wel echt en hij koopt zomaar een gigantisch huis voor je.’
‘Voor ons!’
‘Ik weet het niet, Tanja. Het is ook niet dat ik hem niet mag, in tegendeel, maar ik vind het gewoon allemaal erg snel gaan. Anderhalf jaar geleden wist je nog niet eens van zijn bestaan af en nu staan jullie op het punt te trouwen, hebben jullie een kind en een huis, met een hypotheek…’
‘Waar hij allemaal voor betaald, want hij weet dat ik geen geld heb.’
‘Ja precies! Wat nu als hij besluit er mee te stoppen en je hier laat zitten met alles? Dan heb je helemaal niets meer, Tan.’
‘Waarom zou hij ermee willen stoppen?’ Ik kijk haar ongelovig aan.
‘Weet ik veel! Het is een man!’
‘Wat wil je daarmee zeggen?’
‘Nou, die doen dat soort dingen!’
‘Sanne! Dat is onzin. Ik kan er niets aan doen dat jij in je leven al twee keer bedrogen bent. Ik vind dat oprecht rottig voor je, maar dat wil niet zeggen dat Pepe ook zo is! Je bent nu toch gelukkig in je relatie?’
‘Jazeker ben ik dat, maar… ik weet het niet..’
‘Pepe is de man van mijn dromen en we gaan samen oud worden. Ik voel het gewoon!’ Sanne zucht heel diep en na een periode van stilte staat ze op.
‘Oké, als jij dat zegt, dan zal het wel. Ik ga naar huis, je redt het verder wel?’ vraagt ze. Goh, wat kan ze soms toch ongezellig zijn. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van mijn zus, maar ze is zo overbezorgd en zo bemoeizuchtig af en toe.
‘Ja, ik red me wel. Morgenvroeg komt Pepe, dus die ene avond kom ik wel door.’ Ik knik naar haar.
‘Dag grote kerel!’ zegt ze tegen Pim en ze aait hem over zijn hoofdje. ‘Tot snel weer! Tante Sanne gaat naar huis.’ Ze geeft hem een kus op zijn kruin, zwaait nog even naar me en loop dan de deur uit. Ik zucht diep. Ik weet niet waarom, maar Sanne kan me altijd zo aan het twijfelen maken over dingen waar ik eerst honderd procent zeker van was, maar als zij er dan iets over zegt ben ik er plotseling niet meer zo zeker van. Hoe kan dat toch?
Ik sluit even mijn ogen en tel tot tien.  Zou Pepe me kunnen achterlaten? Gewoon zomaar? Zou hij zo’n soort man zijn? Nee! Ik geloof er echt niets van. Ik schaam mezelf diep dat ik überhaupt deze vraag aan mezelf durf te stellen. Ik twijfel niet aan Pepe.

‘Goed, we gaan even iets eten,’ zeg ik tegen Pim en bij het woordje eten begint hij alweer.
‘Eh! Eh!’
‘Ja, je hoorde het goed, eten!’ Ik lach naar mijn grote kerel. Eens even zien, waar zijn de dozen met alle voorraad gebleven. Had ik nu maar een beter inpak systeem gehanteerd, dat zou nu wel van pas komen. Ik heb wel met potlood op de dozen geschreven wat erin zit, maar echt zichtbaar is het niet. Goed, ik begin gewoon vooraan, bij de eerste stapel en werk dan alles af tot ik bij de juiste doos ben.
Een half uur later ben ik eindelijk bij de laatste doos en jawel hoor, daar zit het in! Het had ook niet anders gekund natuurlijk. Pim heeft het inmiddels op een krijsen gezet, aangezien ik dertig minuten geleden al het woord ‘eten’ heb laten vallen. Wist ik veel dat het pas de laatste doos zou zijn die ik open maakte.
Snel vis ik er een potje eten uit en zet het in de magnetron. Ja, soms krijg hij gewoon een potje eten. Ook nu hij al negen maanden oud is. Ik heb me er inmiddels bij neergelegd dat ik niet de perfecte moeder ben die ik voor ogen had. So what?! Ik doe mijn best, meer kan ik niet.
‘Zo, kijk eens, deze is voor jou,’ Ik voer Pim het eten met een plastic lepeltje. Nou ja, dat was in elk geval de bedoeling, maar blijkbaar heb ik net dat ene potje gepakt dat hij dus niet lekker vindt. Hij spuugt bij elke hap die ik hem geef de helft uit. In mijn gezicht welteverstaan. De eerste keer was het grappig. De tweede keer ook nog een beetje, maar inmiddels ben ik behoorlijk over mijn rustig-reageren-dan-komt-alles-goed niveau heen.
‘Pim! Nu is het klaar!’ zeg ik streng. Pim kijkt me aan en ik zie zijn onderlipje trillen. Oké, misschien was mijn volume een beetje te hard.
‘O, kleine schat, rustig nu maar. Je hoeft niet te huilen! Kom hier.’ Ik pak Pim uit zijn stoeltje en sus hem. Na een minuutje is hij weer gekalmeerd.
‘Mama is een beetje moe en ik weet eigenlijk niet wat nog meer.’ Ik zucht. ‘Weet je wat? Zullen gewoon maar een bakje pap voor je maken?’ Pim hoort het woordje pap en hij veert helemaal op.
‘Eh! Eh! Eh!’
‘Ja, ik kom, ik kom!’ Ik pak het pak met pap uit de doos en voeg er wat melk bij.
‘Zo, kijk eens. Dit vind je wel lekker, is het niet kerel?’ Binnen no time heeft hij het hele bordje pap leeg.
‘Zo, nog even met mama knuffelen en dan ga jij lekker naar bed. Plots bedenk ik me dat ik helemaal nog niet boven ben gaan kijken. Ik zet Pim in de box en loop naar boven.
‘Nee!!’ Ik laat me verslagen op de grond zakken. ‘Ook dat nog! Waarom hebben ze het niet in elkaar gezet? Wat een stelletje…’ Ik maak mijn zin niet af. Het heeft toch geen zin. In de offerte stond toch dat ze het ook zouden opbouwen? Ik begin aan mezelf te twijfelen. Of had ik toch voor de goedkoopste optie gekozen? Ik sla mijn ogen neer. Waarschijnlijk wel. Ik ben er gewoon nog zo aan gewend, dat ik alles zo goedkoop mogelijk voor elkaar moet krijgen. Ik was vergeten dat Pepe gezegd had dat ik voor de uitgebreide versie moest gaan, zodat ze alles zouden afbreken, maar ook weer zouden opbouwen. Wat ben ik toch ook een uilskuiken. Ik waag een voorzichtig kijkje om de hoek van onze slaapkamer, maar ook daar staat het bed nog in delen tegen de muur. Oké, dan slaap ik maar gewoon op een matras vannacht, dat is niet zo’n probleem, maar Pim moet toch echt wel in zijn bedje.

‘Goed, dan maar de schroevendraaiers zoeken.’ Met een frisse dosis tegenzin loop ik naar beneden en kijk naar de tientallen dozen die in middels door de hele kamer verspreid staan. Chaos. Ik ben nog niet eens een halve dag hier en ik heb nu al chaos gecreëerd in mijn nieuwe huis. Soms weet ik mezelf echt te verbazen. Toevallig weet ik wel waar mijn laptop is, want die heb ik zelf meegenomen. Ik wilde niet dat er iets zou gebeuren met die laptop en ik straks al mijn schrijfwerk kwijt zou zijn. Dat zou pas pech zijn! Ik klap het ding open en zet hem op een stoel voor de box, zodat Pim even vermaak heeft, want zijn bed zal niet binnen vijf minuten in elkaar zitten, gok ik zo.
‘Zo, ga jij maar even gezellig naar Nijntje kijken, dan gaat mama even je bedje klaar maken. Tenminste, ik hoop dat het even is. Eerst moet ik die schroevendraaiers nog vinden.’ Ik krab op mijn hoofd en begin weer van voor af aan met zoeken in de dozen. Ik heb ze ergens gezien straks. Was het niet deze doos? Nee. O, wacht het was die doos! Nee, dus niet. Oké, deze dan? Ook niet… Zucht. Misschien was het die? Ja, ik geloof dat het die doos was. Ik buk en tot mijn opluchting zie ik de set schroevendraaiers in de doos liggen.
‘Eindelijk!’ mopper ik en ik loop naar boven. De verhuizers hebben de meubels gelukkig wel naar boven gedragen. Waarom hebben ze eigenlijk alles uit elkaar gedraaid? Ik bedoel, ze kunnen zo’n bedje toch gewoon optillen en in z’n geheel in de vrachtwagen zetten? Of is dat nu heel dom, dat ik dit denk? Zou er te weinig plek zijn geweest in de vrachtwagen? Ach, ik heb er toch niets aan om me daar nu druk over te maken. Ik begin met het in elkaar zetten van Pim zijn bedje en tot mijn verbazing ben ik binnen tien minuten klaar. Dat was een makkie! Misschien kan ik de commode ook nog doen? Nee, laten we dat nu maar niet doen. Ik kan Pim ook niet zo lang alleen laten. Ik loop naar beneden om bij Pim te gaan kijken en ik zie dat hij in slaap is gevallen in de box. Wat ligt hij er toch schattig bij. Ik hou zoveel van dit klein ventje, dat is niet te beschrijven. Voorzichtig pak ik hem op en draag hem naar boven. Daar doe ik zijn vestje uit en zijn pyjamajasje aan en leg hem in zijn bedje. Ik maak een foto van hem, om later terug te kunnen kijken naar de eerste dag dat hij in het nieuwe huis sliep. Ow, help! Ik vergeet de flits uit te zetten. Een fel licht verlicht de hele kamer en Pim trekt een moeilijk gezicht. Nee, niet gaan huilen, alsjeblieft, niet gaan huilen. Oh alsjeblieft, slaap door! Please? Ik kruis mijn vingers, trek mijn wenkbrauwen op en bijt op mijn kiezen. Laat hem alsjeblieft doorslapen… Ik blijf stokstijf in dezelfde houding staan om maar geen geluid of onverwachte beweging te maken. Ik ben veel te bang dat hij wakker wordt. Hij lag net zo lekker te slapen. Ik was al blij dat hij niet wakker werd toen ik hem omkleedde en dan kom ik dan met die domme flitser aanzetten. Wat ben ik toch ook een kluns. Pim rekt zich even uit, opent heel even zijn ogen en mijn hart staat even stil. Nee, word nu alsjeblieft niet wakker… mama is zo moe. Ga maar lekker slapen. Zijn ogen zijn al lang weer dicht en hui zucht diep.
Nadat ik ongeveer vijf minuten stokstijf naast het bedje heb gestaan en alle gezicht trekjes van Pim bekeken heb, om er zeker van te zijn dat hij echt slaapt, loop ik stilletjes naar beneden. Als ik de deur van de gang achter me dichttrek, slaak ik een diepe zucht. Hij slaap! Uitgeput laat ik me op de bank zakken. Wat een dag… Ik ben echt zo blij als Pepe er straks weer is, want ik trek dit niet lang meer alleen. Ik weet het, voor de buitenwereld doe ik alsof alles koek en ei is, maar ondertussen…

Volgende->

 

 

 

Geef een antwoord